Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2019:3262

Rechtbank Den Haag · 02-04-2019 · zaaknummer NL19.3261

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 03-04-2019
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Gegrond beroep niet tijdig in asielzaak. Welke beslistermijn moet de rechtbank opleggen in de situatie dat verweerder het onderzoek in de algemene asielprocedure nog niet heeft opgestart? De rechtbank overweegt dat, gelet op de verhoogde instroom en de capaciteitsproblemen bij verweerder, sprake is van een bijzonder geval als bedoeld in artikel 8:55d, derde lid, van de Awb. De rechtbank zal in dit geval niet een beslistermijn opleggen, maar een andere voorziening als bedoeld in dat derde lid. In de situatie dat een asielzoeker de algemene asielprocedure nog niet is ingestroomd is het immers niet goed mogelijk om in te schatten binnen welke termijn het bestuursorgaan een besluit zal nemen op de asielaanvraag. Deze duidelijkheid zal in het algemeen pas verkregen worden nadat de asielgehoren hebben plaatsgevonden. Op dag vijf van de algemene asielprocedure beslist verweerder namelijk of hij over voldoende informatie beschikt om in de algemene asielprocedure een zorgvuldig besluit te kunnen nemen. Indien verweerder dan tot de conclusie komt dat nader onderzoek moet plaatsvinden in de verlengde asielprocedure zou een door de rechtbank opgelegde beslistermijn de zorgvuldigheid van dat onderzoek kunnen doorkruisen. Gelet hierop zal de rechtbank in situaties als de onderhavige voortaan een andere voorziening opleggen, inhoudende dat verweerder opgedragen wordt een start te maken met de algemene asielprocedure door het houden van een eerste gehoor. De rechtbank acht een termijn van acht weken na de uitspraak in beginsel redelijk. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat uit de dossierstukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat 4 weken voor een datum gestart wordt met de planning van een eerste gehoor op die datum, en dat verweerder enige gelegenheid moet krijgen om efficiënt te plannen door bijvoorbeeld een nationaliteit te clusteren zoals door verweerder is aangegeven. Indien reeds een datum voor het eerste gehoor is vastgesteld, die binnen een termijn van acht weken na de uitspraak is gelegen, is het aangewezen om te bepalen dat het eerste gehoor uiterlijk op die datum zal worden gehouden.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

  • de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.