ECLI:NL:RBDHA:2019:2919
Rechtbank Den Haag · 19-03-2019 · zaaknummer NL19.3873
Inhoudsindicatie
beëindiging vrije termijn, gevaar voor openbare orde, prejudiciële vraag van de ABRvS art. 6, eerste lid, onder e, Schengengrenscode, art. 12 Vw De ABRvS heeft op 6 juni 2018 prejudiciële vragen gesteld met betrekking tot de kwestie of het beëindigen van de vrije termijn op grond van gevaar voor de openbare orde gemotiveerd kan worden met het enkele argument dat de vreemdeling een strafbaar feit heeft gepleegd. Bij diverse andere unierechtelijke bepalingen is voor het aannemen van een bedreiging van de openbare orde immers vereist dat gemotiveerd wordt dat sprake is van een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging. De ABRvS heeft als voorlopig oordeel gegeven dat deze nadere motivering ten aanzien van art. 6 SGC / art. 12 Vw niet is vereist (ECLI:NL:RVS:2018:1737). De prejudiciële vragen zijn nog niet beantwoord. De rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, volgt de ABRvS in haar voorlopige oordeel.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
[eiser]
eiser · onbekend
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
