ECLI:NL:RBDHA:2019:2196
Rechtbank Den Haag · 07-03-2019 · zaaknummer C-09-560081-KG RK 18-1317
Inhoudsindicatie
Verzoek tot onderhandse verkoop verpande aandelen. Afgewezen. Voordat tot executie van het pandrecht kan worden overgegaan zal eerst moeten worden vastgesteld of verweerder in verzuim is. Daarbij is van belang of er voor verweerder een verplichting bestaat tot het te koop aanbieden van zijn aandelen in de BV en zo ja, voor welke prijs. Nu beide partijen zich beroepen op de aandeelhoudersovereenkomst, is er sprake van een onderliggend geschil dat verband houdt met de aandeelhoudersovereenkomst. Een dergelijk geschil dient op grond van artikel 11 van de aandeelhoudersovereenkomst te worden beslecht door één adviseur die uitspraak zal doen in de vorm een arbitraal vonnis dan wel een bindend advies. Pas indien vervolgens komt vast te staan dat verzoekster het recht van parate executie heeft, kan de voorzieningenrechter op verzoek van de pandhouder of de pandgever bepalen of de aandelen anders dan in het openbaar verkocht mogen worden. Het verzoek is prematuur.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- E. de Jongh
- F. Sax
- S.J. Hoekstra
- W.M. Blom
Partijen
[verweerder]
verweerder · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
