ECLI:NL:RBDHA:2019:14859
Rechtbank Den Haag · 31-07-2019 · zaaknummer Awb 19/611
Inhoudsindicatie
De rechtbank leidt uit het arrest A. en S. tegen Nederland af dat het peilmoment voor de beoordeling van de minderjarigheid van referent moet worden gesteld op de datum van binnenkomst in Nederland en indiening van de asielaanvraag. Referent moet derhalve als minderjarige in de zin van artikel 2, aanhef en onder f, van de Gezinsherenigingsrichtlijn worden aangemerkt. De conclusie is dan ook dat verweerder in de beoordeling - zoals weergegeven in het bestreden besluit - in zoverre van onjuiste feiten is uitgegaan.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
[eiseres]
eiseres · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
