Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2019:14658

Rechtbank Den Haag · 30-12-2019 · zaaknummer C/09/581767

Civiel recht; Personen- en familierechtGepubliceerd 03-03-2020
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Ouderlijk gezag De moeder betoogt dat in het kader van de echtscheiding door de Poolse rechter is bepaald dat de kinderen het hoofdverblijf van de moeder volgen en dat indien de moeder verhuist de kinderen haar volgen. De rechtbank begrijpt het verweer van de moeder aldus dat zij stelt geen toestemming van de vader nodig te hebben om te verhuizen. De vader bestrijdt dit gemotiveerd. De rechtbank stelt voorop dat krachtens artikel 93, lid 2, van het Poolse wetboek van gezins- en voogdijzaken het ouderlijk gezag door de rechtbank kan worden beperkt. In het echtscheidingsvonnis van …. 2015 is vermeld dat: “de voogdij van de minderjarigen wordt toegekend aan de beide ouders en bepaalt dat de verblijfplaats van de minderjarigen zal iedere keer de woonplaats van de moeder (..) zijn.” Deze bepaling is overeenkomstig het tussen de ouders bij het gezinsadviesbureau overeengekomen regeling. De door de vrouw voorgestane uitleg van de verblijfplaats van de kinderen houdt een beperking van het gezag van de vader in omdat hij dan geen beslissende stem zou hebben in een verhuizing van de kinderen naar het buitenland. Een dergelijke uitleg van het hoofdverblijfplaats van de kinderen verhoudt zich niet met de ongeclausuleerde toekenning van het gezamenlijk gezag aan de vader door de Poolse rechter. Gelet op het vorenstaande had de moeder naar het oordeel van de rechtbank voor de verhuizing van de kinderen van Polen naar Nederland de toestemming van de vader nodig. Gewone verblijfplaats Tussen partijen is in geschil wat de gewone verblijfplaats van de minderjarigen was onmiddellijk vooraf hun komst naar Nederland in september 2019. Eerst volgt een uiteenzetting van het begrip ‘gewone verblijfplaats van het kind’. De rechtbank is van oordeel dat de gewone verblijfplaats van de minderjarigen onmiddellijk voor de overbrenging in Polen is gelegen. De rechtbank overweegt daartoe o.a. dat de ouders er bewust voor hebben gekozen zich met de minderjarigen, toentertijd acht jaar respectievelijk vijf jaar oud, in Polen te vestigen. De minderjarigen, die nu vijftien respectievelijk twaalf jaar oud zijn, verbleven tot aan hun overbrenging naar Nederland ruim zeven jaar in Polen. De echtscheiding tussen de ouders is in 2015 uitgesproken en sindsdien lopen er gerechtelijke procedures tussen de ouders in Polen en is steeds geprobeerd in Polen hulpverlening voor de ouders en de kinderen in gang te zetten. Dit alles onderstreept naar het oordeel van de rechtbank dat, anders dan door de moeder is gesteld, niet van meet af aan duidelijk was dat het verblijf van partijen in Polen niet langer zou duren dan een afgebakende periode van twee jaar. Toestemming De ouders verschillen voorts van mening over de vraag of de moeder toestemming had om de minderjarigen mee te nemen naar Nederland. De rechtbank is van oordeel dat dit niet het geval was. De rechtbank overweegt daarbij onder meer dat de rechtbank in Polen bij de echtscheidingsbeschikking van …. 2015 het gezamenlijke ouderlijke gezag heeft bepaald, alsmede de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de moeder en een zorgregeling tussen de vader en de kinderen. Dat de Poolse rechter de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de moeder heeft bepaald betekent echter niet dat de vader over belangrijke beslissingen met betrekking tot de kinderen niet zijn toestemming hoeft te geven. In artikel 97 van het Poolse wetboek van gezins- en voogdijzaken is vastgelegd dat: “Article. 97. [responsibilities of parents] § 1. If both parents have parental responsibility, each of them is obliged and entitled to its execution. § 2. However, important matters of the child the parents settle together; in the absence of agreement between them Court guardianship”. Hieruit volgt dat bij gezamenlijk ouderlijk gezag de voor de kinderen belangrijke beslissingen in gezamenlijk overleg door beide ouders worden genomen. Indien de ouders het oneens zijn, beslist de rechter. Een ouder kan enkel zelfstandig beslissingen nemen, zonder de andere ouder te raadplegen en zijn of haar instemming te verkrijgen, over zaken die voor het kind minder belangrijk zijn. Overbrenging naar het buitenland wordt naar het oordeel van de rechtbank als een voor de kinderen belangrijke zaak beschouwd, of dit nu een permanente verhuizing of een tijdelijk verblijf is. Voorts staat in de Poolse uitspraak niets over een verzoek van de moeder tot verhuizing of over een intentie van de moeder om te verhuizen naar Nederland. Ook uit het ouderschapsplan blijkt niet dat de moeder en de kinderen naar Nederland zullen gaan verhuizen. Overbrenging van de minderjarigen naar Nederland ongeoorloofd. Weigeringsgronden De moeder beroept zich op de weigeringsgrond van artikel 13 lid 1 sub b van het Verdrag. De rechtbank is van oordeel dat de moeder in het licht van de gemotiveerde betwisting van de vader niet heeft aangetoond dat de situatie van artikel 13 lid 1 sub b van het Verdrag zich hier voordoet. De rechtbank is van oordeel dat de moeder onvoldoende heeft onderbouwd dat er sprake is geweest van geweld en agressie, waarbij de kinderen door de vader zouden zijn mishandeld. Er zijn geen aangiftes overgelegd of andere gegevens die de verklaring van de moeder op dit punt ondersteunen. Voorts beroept de moeder zich op de weigeringsgrond ex artikel 13 lid 2 van het Verdrag. De rechtbank overweegt als volgt: de minderjarigen hebben zowel bij de bijzondere curator als tijdens hun gesprek bij de rechtbank verklaard dat zij niet naar Polen willen terugkeren. De vader woont in Polen en zij willen geen contact met hem, hetgeen zij hebben onderbouwd met een aantal voorbeelden van negatieve ervaringen met de vader. De rechtbank leidt uit de gesprekken met de minderjarigen af dat hun onwil om terug te keren naar Polen voornamelijk lijkt te zijn gelegen in hun angst voor het verblijven bij of in de buurt van hun vader. De rechtbank neemt verder in aanmerking dat de minderjarigen een zeer negatief gevoel hebben gekregen over hun vader. De ouders zijn al sinds 2014 in een echtscheidings- en daarop volgende omgangsprocedure verwikkeld. Daar waar in het begin de kinderen nog regelmatig contact hadden met de vader, blijkt dat zij langzamerhand een enorme weerstand tegen de vader hebben ontwikkeld en het contact met hem zijn verloren. De minderjarigen lijken bij het vormen van hun mening onvoldoende afstand te nemen tot hun moeder. Het verzet van de minderjarigen vloeit in belangrijke mate voort uit een loyaliteitsconflict waarin zij ‘gekozen’ hebben voor de moeder. De rechtbank is van oordeel dat het verzet van de minderjarigen is ingegeven door het negatief beeld dat de moeder van de vader heeft en daarmee niet authentiek is. De rechtbank is van oordeel dat onder deze omstandigheden de mening van de minderjarigen niet van doorslaggevende betekenis kan zijn om hun terugkeer naar Polen te weigeren. Dat de minderjarigen een voorkeur hebben voor een verblijf in Nederland boven een terugkeer naar Polen omdat zij het hier fijner vinden, is voorts onvoldoende om vast te stellen dat sprake is van verzet tegen terugkeer, als bedoeld in het HKOV. Dit alles samen maakt dat geen sprake is van verzet in de zin van artikel 13 lid 2 van het Verdrag. Het beroep van de moeder op deze weigeringsgrond slaagt niet. De rechtbank gelast de terugkeer van de minderjarigen naar Polen. Ten aanzien van de proceskosten heeft de rechtbank overwogen dat de rechtbank, gelet op de familierechtelijke aard van de procedure, aanleiding ziet om deze de compenseren. Verder zijn de minderjarigen voor de duur van zes maanden onder toezicht gesteld van de Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering. Tot slot: er is hoger beroep ingesteld, dus wordt nog vervolgd!

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.