Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2019:13619

Rechtbank Den Haag · 16-12-2019 · zaaknummer C/09/582889 / KG RK 19-1498

Civiel recht; Personen- en familierechtGepubliceerd 18-12-2019
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Afwijzing wrakingsverzoek. Verzoekster vindt de rechter vooringenomen omdat zij een beslissing heeft genomen op een verzoek waarvan verzoekster niet op de hoogte was. Op de zitting (waar verzoekster niet is verschenen) was een medewerker van de Raad voor de Kinderbescherming aanwezig, die de rechter heeft geadviseerd een beschermingsonderzoek te gelasten. De rechter heeft dit advies opgevolgd. De rechtbank stelt vast dat verzoekster ervan op de hoogte was dat de zitting – ondanks haar referteverklaring – door zou gaan en dat zij er zelf voor heeft gekozen om niet op deze zitting te verschijnen. Hierdoor was verzoekster niet op de hoogte van het advies van de Raad en heeft zij hierover niet haar mening kunnen geven. Dat de rechter niettemin een raadsonderzoek heeft gelast, getuigt naar het oordeel van de wrakingskamer niet van vooringenomenheid jegens verzoekster. Het betreft immers een beslissing die de rechter ook ambtshalve kan nemen wanneer zij dit in het belang van een kind wenselijk acht. Dat verzoekster daarover niet haar mening heeft kunnen geven is het gevolg van het feit dat zij ervoor heeft gekozen niet ter zitting te verschijnen. Voor zover verzoekster betoogt dat de inhoud van de beslissing van de rechter getuigt van haar vooringenomenheid, overweegt de wrakingskamer dat een rechterlijke (tussen)beslissing als zodanig nimmer grond kan vormen voor wraking. Het voorgaande geldt ook ten aanzien van de stelling van verzoekster dat de rechter ten onrechte nieuwe verzoeken van belanghebbende heeft toegelaten, waardoor verzoekster gedwongen wordt alsnog verweer te voeren in de procedure. Verzoekster heeft tot slot aangevoerd dat het feit dat de beschikking niet aan haar advocaat is gestuurd, bijdraagt aan haar gevoel dat de rechter vooringenomen was. De door verzoekster aangevoerde grond betreft slechts een veronderstelling. Concrete feiten waaruit de wrakingskamer de vooringenomenheid van de rechter of de objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor kan afleiden, ontbreken. Bovendien staat niet ter discussie dat verzoekster op 31 oktober 2019 niet werd bijgestaan door een advocaat, zodat het juist is dat de beschikking alleen aan verzoekster is gestuurd.

Rechters

Partijen

  • [belanghebbende]

    belanghebbende · onbekend

  • [verzoekster]

    verzoekster · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.