ECLI:NL:RBDHA:2019:13556
Rechtbank Den Haag · 02-12-2019 · zaaknummer AWB - 19 _ 925
Inhoudsindicatie
Eiser is van 1 januari 2011 tot en met 31 augustus 2011 werkzaam geweest op een schip en aan te merken als Rijnvarende in de zin van de Rijnvarendenovereenkomst. In deze periode is eiser werkzaam geweest voor een Luxemburgse vennootschap. Eiser heeft voor deze periode verzocht om vrijstelling van de premieheffing volksverzekeringen en verweerder heeft de vrijstelling geweigerd. Eiser is naar het oordeel van de rechtbank in 2011 sociaal verzekerd in Nederland, omdat de eigenaar van het schip volgens de Rijnvaartverklaring in Nederland is gevestigd. Verweerder is bevoegd om de verzekeringsplicht van eiser vast te stellen. Verweerder is niet gebonden aan de door de Luxemburgse autoriteiten afgegeven E106-verklaring, aangezien deze niet rechtsgeldig is afgegeven. Verweerder heeft naar het oordeel van de rechtbank de procedurevoorschriften van de artikelen 6, 16 en 73 van de Verordening (EG) 987/2009 niet geschonden. Ten slotte heeft eiser geen recht op een immateriële schadevergoeding, omdat de gemachtigde van eiser heeft ingestemd met verlenging van de beslistermijn op het bezwaar. Beroep ongegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Belastingdienst
verweerder · overheid
[eiser]
eiser · onbekend
Overheidspartijen
Belastingdienst
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
