ECLI:NL:RBDHA:2019:12512
Rechtbank Den Haag · 25-11-2019 · zaaknummer NL19.23554
Inhoudsindicatie
Dublin Italië – meerderjarig of minderjarig - het beleid van verweerder dat betrekking heeft op identiteitsdocumenten vermeldt niet alle vereisten die verweerder –kennelijk- aan documenten stelt om te kunnen worden aangemerkt als identiteitsdocument - Afzien van een persoonlijk onderhoud op grond van artikel 5 van de Dublinverordening. In het beleid van verweerder, neergelegd in paragraaf C1/4.3 van de Vc 2000, staat dat een document met betrekking tot de identiteit een goedgelijkende pasfoto, de geboorteplaats van de vreemdeling en de geboortedatum van de vreemdeling moet bevatten. Verder staat in het beleid van verweerder dat een identiteitsdocument alleen de identiteit kan onderbouwen als het door de overheid van het land van herkomst officieel is uitgegeven. Eiser heeft een geboortebewijs overgelegd dat door Bureau Documenten echt is bevonden en waarop een pasfoto, een geboorteplaats en een geboortedatum staat vermeld. De rechtbank overweegt ten overvloede dat eiser wordt gevolgd in zijn standpunt dat van een asielzoeker inderdaad niet bij wijze van uitgangspunt kan worden gevergd om documenten door de autoriteiten, waartegen hij nu juist bescherming zoekt, te laten legaliseren en dat verweerder overigens steevast het standpunt inneemt dat legalisatie niets zegt over de inhoud van een document. De rechtbank overweegt verder dat de voorwaarde dat een document niet als identiteitsdocument kan gelden als aan de afgifte van het document geen brondocument ten grondslag ligt, niet is opgenomen in paragraaf C1/4.3 van de Vc 2000 en verweerder ter zitting niet heeft aangegeven waar deze voorwaarde voor een identiteitsdocument is neergelegd. Wel is in paragraaf C1/4.3 van de Vc 2000 opgenomen dat een identiteitsdocument alleen de identiteit kan onderbouwen als het door de overheid van het land van herkomst officieel is uitgegeven. De rechtbank heeft partijen ter zitting voorgehouden dat de door eiser overgelegde “Affidavit as to declaration of age” naam van 2 mei 2019 wel strookt met de informatie van de “High Court of Justice Delta State of Nigeria in the Agbor Judicial Division” zoals die op de website van dit gerecht wordt weergegeven. Het overgelegde geboortebewijs zou zijn afgegeven door de “National Population Commission”. De rechtbank heeft partijen tevens voorgehouden dat op de website van deze Commission informatie is opgenomen over de verkrijging van een geboortebewijs en dat het door eiser overgelegde document lijkt te zijn verkregen op grond van de op deze website vermelde procedure. Verweerder heeft desgevraagd niet kunnen motiveren waarom de High Court en de National Population Commission niet moeten worden gekwalificeerd als deel uitmakend van de overheid van Nigeria, zodat niet gemotiveerd is betwist door verweerder dat eiser de documenten officieel van de overheid heeft verkregen. De rechtbank overweegt dan ook dat verweerder, ook ter zitting, niet voldoende heeft gemotiveerd waarom het geboortebewijs dat eiser heeft overgelegd in beginsel niet als identiteitsdocument moet worden aangemerkt. De rechtbank stelt hierbij vast dat in paragraaf C1/4.3 van de Vc 2000 niet alle vereisten die verweerder kennelijk aan identiteitsdocumenten stelt zijn opgenomen en daarmee het beleid niet volledig kenbaar is voor derden. De stelling dat verweerder heeft gehandeld in strijd met artikel 5, tweede lid, van de Dublinverordening omdat hij het persoonlijk onderhoud achterwege heeft gelaten gaat niet op. Verweerder heeft immers het persoonlijk onderhoud niet achterwege gelaten maar nu juist ingepland en de uitnodiging hiervoor aan eiser doen toekomen. Verweerder heeft het verzoek tot uitstel niet ingewilligd maar heeft ook niet beslist dat gelet op dit verzoek alsnog wordt afgezien van een gehoor. Het gehoor heeft enkel feitelijk geen doorgang gehad omdat eiser, overigens zonder dit vooraf aan verweerder kenbaar te maken, niet is verschenen. Van een situatie als bedoeld in artikel 5 van de Dublinverordening is dan ook geen sprake.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
