ECLI:NL:RBDHA:2019:10440
Rechtbank Den Haag · 13-08-2019 · zaaknummer 09/767461-18
Inhoudsindicatie
Impliciete vordering voor een machtiging ex artikel 34 lid 4 Wetboek van Strafvordering (Sv). De verdediging heeft de rechter-commissaris in een verzoek ex artikel 182 Sv verzocht een aantal stukken bij het dossier te voegen. De officier van justitie heeft hierop in afwijzende zin gereageerd. De rechter-commissaris overweegt dat het verzoek op grond van artikel 34 lid 1 Sv had moeten worden gericht aan de officier van justitie, maar leest een en ander welwillend, in die zin dat de verdediging het verzoek heeft gericht aan de officier van justitie en dat de officier van justitie (impliciet) een machtiging van de rechter-commissaris ex artikel 34 lid 4 Sv heeft gevorderd om het voegen van de verzochte stukken te weigeren. Omdat het verzoek niet met redenen is omkleed, zoals bedoeld in artikel 34 lid 1 Sv, wordt de impliciet gevorderde machtiging afgegeven. Zie ook de beslissing van de rechtbank op het bezwaarschrift ex artikel 182 lid 6 Sv (ECLI:NL:RBDHA:2019:10439).
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
