ECLI:NL:RBDHA:2019:10213
Rechtbank Den Haag · 27-09-2019 · zaaknummer 18/5312
Inhoudsindicatie
De rechtbank volgt niet de stelling dat de Gezinsherenigingsrichtlijn er niet in voorziet dat artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag wordt tegengeworpen in een nareisprocedure. Verder is de rechtbank van oordeel dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat er ernstige redenen zijn om te veronderstellen dat eiser als werknemer van de Algemene Inlichtingendienst in Syrië zich schuldig heeft gemaakt aan handelingen als bedoeld in artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
