ECLI:NL:RBDHA:2018:9720
Rechtbank Den Haag · 09-08-2018 · zaaknummer AWB 18/2518
Inhoudsindicatie
Tegen verzoeker is een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar uitgevaardigd. Het beroep is aangehouden in verband met de door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State gestelde prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie van 6 juni 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:1737). De voorzieningenrechter is van oordeel dat het enkele feit dat verzoeker in zijn beroepszaak moet wachten op een uitspraak in verband met de gestelde prejudiciële vragen – en dat (een gedeelte van) de duur van het uitgevaardigde inreisverbod zal zijn verstreken op het moment dat die procedure zal zijn afgerond – niet maakt dat het rechtsmiddel ineffectief is. Voorts is de voorzieningenrechter van oordeel dat het belang bij een effectief rechtsmiddel samenhangt met het persoonlijk belang dat men beoogt te beschermen en dat in onderhavige zaak de persoonlijke belangen te weinig sterk en concreet zijn om de werking van het inreisverbod op te schorten.
Rechters
Advocaten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
