ECLI:NL:RBDHA:2018:9717
Rechtbank Den Haag · 13-08-2018 · zaaknummer AWB - 18 _ 3833
Inhoudsindicatie
Aan de schending van de hoorplicht gaat de rechtbank voorbij, aangezien over de feiten en over de waardering van de feiten geen verschil van mening bestaat en het gebrek is hersteld doordat eiser zijn bezwaren in beroep voldoende schriftelijk en mondeling heeft kunnen uiteenzetten. De invorderingsrente is overeenkomstig de wettelijke bepalingen berekend en verweerder is terecht overgegaan tot het in rekening brengen van invorderingsrente. Van een inbreuk op eisers verblijfsrecht en op de rechten van eiser op grond van artikel 1 van het EP bij het EVRM is geen sprake. Ook is de rechtbank niet gebleken dat sprake is van een individuele en buitensporige last voor eiser. De uitspraak op bezwaar is voldoende gemotiveerd.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
