ECLI:NL:RBDHA:2018:9539
Rechtbank Den Haag · 03-07-2018 · zaaknummer NL18.8976 V
Inhoudsindicatie
De overwegingen in het bestreden besluit geven er naar het oordeel van de rechtbank geen blijk van dat de specifieke omstandigheden waarin eiser terecht zal komen in Duitsland zijn beoordeeld bij de vraag of eiser een zodanige band heeft met Duitsland dat het voor hem redelijk zou zijn naar dat land te gaan. Daar komt bij dat verweerder had moeten stilstaan bij de vraag wat het betekent voor de ontwikkeling van eiser dat hij in Duitsland naar alle waarschijnlijkheid in een instelling voor jongeren terechtkomt, terwijl hij hier in Nederland kan verblijven bij zijn oom(s). Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat verweerder ten onrechte heeft nagelaten om alle relevante feiten en omstandigheden kenbaar in zijn beoordeling te betrekken. Dit met inachtneming van artikel 3 van het IVRK waaruit voortvloeit dat het belang van het kind een eerste overweging dient te zijn
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
