ECLI:NL:RBDHA:2018:9409
Rechtbank Den Haag · 26-07-2018 · zaaknummer NL18.13264
Inhoudsindicatie
vertrektermijn, schorsende werking, arrest Gnandi, prejudiciële vragen, art 59 Vw, Eiseres voert aan dat de termijn voor vrijwillig vertrek nog niet was verstreken. Eiseres heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van 29 mei 2018 over de afwijzing van haar asielaanvraag en een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. Eiseres wijst op het arrest van het Europese Hof van Justitie (HvJEU) van 19 juni 2018 (C-181/16, ECLI:EU:C:2018:465) in de zaak Gnandi tegen België (arrest Gnandi), waaruit volgt dat de lidstaat moet waarborgen dat alle rechtsgevolgen van het terugkeerbesluit worden geschorst in afwachting van de uitspraak op het beroep tegen het terugkeerbesluit. Eiseres verwijst verder naar de uitspraken van de ABRvS van 29 maart 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:869) en 29 april 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:1307) waarin de prejudiciële vragen zijn gesteld of het hoger beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag of het verzoek om een voorlopige voorziening hangende dat hoger beroep automatisch schorsende werking heeft. De rechtbank overweegt dat in rechtsoverweging 58 van het arrest Gnandi, is bepaald dat een beroep tegen een afwijzing van een asielaanvraag van rechtswege schorsende werking moet hebben bij ten minste één rechterlijke instantie. De rechtbank overweegt dat het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres schorsende werking heeft gehad waardoor de vertrektermijn was opgeschort tot de uitspraak van 29 mei 2018. De rechtbank ziet in het bepaalde in de arresten Gnandi en C., J. en S. van het HvJEU geen aanknopingspunten voor de conclusie dat ook het hoger beroep of het indienen van een verzoek om een voorlopige voorziening hangende dat hoger beroep schorsende werking heeft. Verweerder heeft daarbij terecht gewezen op rechtsoverweging 69, in het arrest van het HvJEU van 28 juli 2011 (C-69/10, ECLI:EU:C:2011:524) in de zaak Samba Diouf tegen Luxemburg, waarin is bepaald dat richtlijn 2005/85 niet oplegt dat in rechtspraak in twee instanties wordt voorzien. Het antwoord van het HvJEU op de vragen van de voorzieningenrechter van de ABRvS ligt nog niet voor, zodat naar het oordeel van de rechtbank vooralsnog getoetst dient te worden aan het thans geldend wettelijk kader op grond waarvan het hoger beroep en het indienen van een verzoek om een voorlopige voorziening hangende dat hoger beroep, niet automatisch schorsende werking hebben.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
[eiseres]
eiseres · onbekend
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
