ECLI:NL:RBDHA:2018:9237
Rechtbank Den Haag · 30-07-2018 · zaaknummer NL18.13098
Inhoudsindicatie
Vreemdelingenbewaring 59a. De rechtbank is van oordeel dat als uitgangspunt dient te worden gehanteerd dat eerst nadat drie weken vanaf het heroverwegingsverzoek zijn verstreken en verweerder gedurende deze weken geen handelingen heeft verricht gericht op overdracht, sprake is van onvoldoende voortvarend handelen aan de zijde van verweerder. Omdat verweerder in dit geval pas na bijna vijf weken voor het eerst heeft gerappelleerd, is de rechtbank van oordeel dat de bewaring met ingang van 4 juli 2018, te weten drie weken na het heroverwegingsverzoek, onrechtmatig is. Het beroep is om die reden gegrond en de rechtbank beveelt de onmiddellijke opheffing van de bewaring.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
[eiser]
eiser · onbekend
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
