ECLI:NL:RBDHA:2018:8744
Rechtbank Den Haag · 29-05-2018 · zaaknummer AWB 17 / 15792 en AWB 17 / 15793
Inhoudsindicatie
Aanvraag verblijfsvergunning onder de beperking gezinsleven op grond van artikel 8 van het EVRM van een [nationaliteit] vrouw. De echtgenoot en twee minderjarige kinderen van eiseres wonen in Nederland en zijn in bezit van een verblijfsvergunning. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de objectieve belemmeringen om gezinsleven in het land van herkomst uit te oefenen voldoende gemotiveerd betrokken heeft in het bestreden besluit. Verweerder behoort echter ook op deugdelijke wijze in de belangenafweging te betrekken of voor eiseres en haar gezinsleden de vestiging in het land van herkomst een ‘certain degree of hardship’ met zich brengt. Naar het oordeel van de rechtbank geeft de in het bestreden besluit gemaakte belangenafweging hiervan geen, althans onvoldoende, blijk. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd uiteengezet waarom de specifieke en bijzondere omstandigheden van de dochter en echtgenoot van eiseres, ook in samenhang bezien, in het kader van de ‘fair balace’ geen ‘certain degree of hardship’ met zich brengen. Het beroep is gegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
