ECLI:NL:RBDHA:2018:8287
Rechtbank Den Haag · 10-07-2018 · zaaknummer AWB - 16 _ 10115
Inhoudsindicatie
Eiser, soldaat, is ontslagen wegens wangedrag buiten diensttijd omdat op 13 november 2015 in de door hem bestuurde huurauto 5 gram cocaïne werd aangetroffen. Sindsdien wordt eiser strafrechtelijk vervolgd. Ondanks navraag bij het OM is nog steeds onduidelijk of eiser zal worden gedagvaard. Artikel 7 van de Maw bepaalt dat de bestuursrechter de behandeling van het beroep tegen het ontslag aanhoudt tot de strafrechtelijke procedure is beëindigd. Eiser betoogt dat artikel 7 van de Maw er aan in de weg staat dat hij binnen een redelijke termijn een rechterlijk oordeel krijgt over zijn ontslag. De rechtbank volgt eiser dat in dit geval, ruim twee jaar na het indienen van zijn bezwaarschrift de redelijke termijn genoemd in artikel 6 EVRM is overschreden; dat artikel 7 van de MAW daarom buiten toepassing moet blijven en oordeelt over het ontslag.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Defensie, voorheen de minister van Defensie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Defensie, voorheen de minister van Defensie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
