ECLI:NL:RBDHA:2018:8210
Rechtbank Den Haag · 10-07-2018 · zaaknummer NL18.10657
Inhoudsindicatie
Anders dan eiser lijkt te menen is naar het oordeel van de rechtbank in artikel 3.119 Vb 2000 geen beperking van de bevoegdheid van verweerder tot het uitbrengen van een nieuw voornemen vastgelegd. Veeleer is sprake van een procedurele zorgvuldigheidseis, die ertoe strekt dat, in geval één van die in dat artikel genoemde omstandigheden zich voordoet, een nieuw voornemen wordt uitgebracht. Die zorgvuldigheidseis maakt dat de vreemdeling in het besluit niet kan worden overvallen door nieuwe feiten of door een nieuwe weging of beoordeling, die van aanmerkelijk belang zijn, zonder dat hij, voordat dat besluit is genomen, daarop heeft kunnen reageren. Naar het oordeel van de rechtbank verzet dit artikel zich er dan ook niet tegen dat verweerder een voornemen intrekt en een nieuw voornemen uitbrengt, ook al doen genoemde omstandigheden zich niet voor. De rechtbank wijst er in dit verband verder op dat verweerder bevoegd is te allen tijde een besluit in te trekken en dat te vervangen door een nieuw besluit, en niet valt in te zien waarom die bevoegdheid ten aanzien van een voornemen niet zou bestaan.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
[eiser]
eiser · onbekend
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
