ECLI:NL:RBDHA:2018:8116
Rechtbank Den Haag · 31-05-2018 · zaaknummer AWB 17 / 15516 (beroep) en AWB 17 / 15517 (verzoek)
Inhoudsindicatie
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier verblijf bij minderjarige kinderen in Nederland op grond van artikel 8 EVRM. Kinderen hebben een verblijfsvergunning en wonen bij hun moeder, die niet meer de partner van eiser is, en hun halfbroer. Eiser komt vaak naar de kinderen om zorgtaken te verrichten en de moeder heeft een verstandelijke beperking. Als eiser Nederland moet verlaten, is een (hernieuwde) ondertoezichtstelling van de kinderen aannemelijk en een uithuisplaatsing niet onmogelijk. De rechtbank acht een uithuisplaatsing niet meer in het belang van de kinderen, omdat zij dan hun ouders praktisch kwijt zijn. En als de kinderen hun ouders praktisch kwijt zijn, omdat eiser Nederland moet verlaten, ontstaat een ‘exeptional circumstance’ in de zin van de rechtspraak van het EHRM. Verweerder moet daarom onderzoek doen naar de mogelijke uithuisplaatsing van de kinderen. Beroep gegrond en vernietiging bestreden besluit.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
