ECLI:NL:RBDHA:2018:8036
Rechtbank Den Haag · 28-06-2018 · zaaknummer NL18.11090
Inhoudsindicatie
bewaring, eerste beroep, afhankelijkheidsrelatie, Chavez-Vilchez, rechtmatig verblijf, art 59 Vw, art 8 Vw, art 20 VWEU Eiser voert aan dat er sprake is van een afhankelijkheidsrelatie tussen hem en zijn drie Nederlandse kinderen. Eiser stelt primair dat hij daarom een declaratoir verblijfsrecht heeft op grond van artikel 8, aanhef en onder e, van de Vw of artikel 20 van het VWEU. Eiser verwijst daarbij naar het arrest van het HvJ van 10 mei 2017 in de zaak Chavez-Vilchez. Subsidiair stelt eiser dat de Terugkeerrichtlijn op grond van artikel 8, aanhef en onder f, van de Vw, niet meer op hem van toepassing is, vanwege de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. Op het moment van inbewaringstelling was gesteld noch gebleken dat sprake zou zijn van een zodanige afhankelijkheidsrelatie tussen eiser en de drie kinderen dat bij een weigering om aan hem een verblijfsrecht toe te kennen, de kinderen gedwongen zouden worden het grondgebied van de EU te verlaten. Verweerder heeft eiser dan ook op dat moment in bewaring mogen stellen. Eiser heeft ook nu niet aannemelijk gemaakt dat zijn vriendin feitelijk niet geacht kan worden voor de kinderen zorg te dragen, zodat verblijf voor de kinderen bij hun moeder zonder eiser in wezen onmogelijk is en de kinderen eiser zullen moeten volgen. Eisers primaire beroepsgrond en het beroep op het arrest Chavez-Vilchez slaagt niet. Ten aanzien van eisers subsidiaire standpunt is de rechtbank van oordeel dat eiser (procedureel) rechtmatig verblijf heeft verkregen door de reguliere aanvraag. Dit houdt in dat de bewaring vanaf 11 juni 2018 niet meer kon voortduren op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw. Er had een categoriewijziging moeten plaatsvinden naar artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw. Dat is niet gebeurd. Eiser is daardoor echter niet in zijn belangen geschaad. De gronden blijven in stand en de bewaring duurt nog geen vier weken voort, waardoor de in artikel 59, vierde lid, van de Vw genoemde termijn nog niet is overschreden. De belangenafweging valt daarom nu in het voordeel van verweerder uit.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
[eiser]
eiser · onbekend
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
