ECLI:NL:RBDHA:2018:7813
Rechtbank Den Haag · 29-06-2018 · zaaknummer NL17.8069 en NL17.8072
Inhoudsindicatie
Verweerder heeft erkend dat een verwesterde levensstijl van vrouwen onder de vervolgingsgronden ‘godsdienst’ en ‘politieke overtuiging’, zoals bedoeld in artikel 1(A) Vluchtelingenverdrag, kan vallen. Omdat verweerder in het bestreden besluit het beroep van eiseres 1 op haar verwesterde levensstijl heeft verworpen omdat dat niet valt onder de vervolgingsgronden van het Vluchtelingenverdrag, is het bestreden besluit in zoverre niet toereikend gemotiveerd. Het aanvullende standpunt van verweerder biedt geen grond om het geconstateerde motiveringsgebrek met toepassing van artikel 6:22 Awb te passeren. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de stelling van een vreemdeling dat zij na verblijf van langere duur in Nederland is verwesterd, op zichzelf onvoldoende is om te kunnen spreken van een gegronde vrees voor vervolging op politieke dan wel godsdienstige gronden. De rechtbank volgt verweerder in zijn standpunt dat naast het aannemen van een westerse levensstijl ook sprake moet zijn van een innerlijke godsdienstige overtuiging of een oprechte politieke opvatting op grond waarvan de vreemdeling zich niet langer kan conformeren aan de heersende regels of normen van de religie in haar land van herkomst. Dat volgt immers al op zichzelf uit de vervolgingsgronden ‘godsdienst’ of ‘politieke overtuiging’, zoals bedoeld in artikel 1(A) Vluchtelingenverdrag. Indien geen sprake is van een dergelijke oprechte godsdienstige overtuiging of politieke opvatting, kan verweerder van de vreemdeling verwachten dat zij zich bij terugkeer naar haar land van herkomst aanpast aan de daar geldende normen. Wegens het ontbreken van een beleidsregel of een vaste gedragslijn van verweerder over de wijze waarop hij de gestelde godsdienstige overtuiging of politieke opvatting die verband houdt met verwestering van een vreemdeling onderzoekt en beoordeelt, is het voor de rechtbank nu niet mogelijk effectief te toetsen hoe verweerder in een concreet geval dat onderzoek en die beoordeling verricht en aldus een zorgvuldig voorbereid en deugdelijk gemotiveerd besluit neemt over de geloofwaardigheid van een dergelijke godsdienstige overtuiging of politieke opvatting als asielmotief Daarbij komt dat het standpunt van verweerder, dat eiseres onvoldoende heeft verklaard over haar godsdienstige overtuiging of haar politieke opvatting, ook niet kan worden gevolgd, omdat niet is gebleken dat verweerder vragen heeft gesteld aan eiseres over haar gestelde verwestering in relatie tot haar (huidige) innerlijke religieuze overtuiging of politieke opvatting. De omstandigheid dat eiseres in Afghanistan ruim acht jaar als vrouwenrechtenactiviste werkzaam is geweest, hetgeen verweerder geloofwaardig heeft geacht, is naar het oordeel van de rechtbank een sterke aanwijzing dat eiseres een dergelijke oprechte, politieke mening heeft. Verweerder zal dit nader moeten onderzoeken en moeten motiveren waarom daarvan volgens hem niettemin geen sprake (meer) is. Verweerder heeft dit nagelaten, nu hij eiseres hierover niet nadrukkelijk vragen heeft gesteld en in de kern heeft volstaan met het standpunt dat hij niet aanneemt dat zij haar politieke overtuiging bij terugkeer nog wenst te uiten. De rechtbank is verder van oordeel dat verweerder, gelet op het op het feit dat eiseres 2 (minderjarige dochter van eiseres 1) zich erop beroept dat zij schoolgaand en verwesterd is, onvoldoende heeft gemotiveerd dat zij zich bij terugkeer naar Afghanistan kan aanpassen aan de traditionele heersende normen en dat zij niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij bij terugkeer naar Afghanistan een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM. De rechtbank wijst op informatie uit het algemene ambtsbericht over Afghanistan en thematisch ambtsbericht over schoolgaande meisjes in Afghanistan.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
