ECLI:NL:RBDHA:2018:7613
Rechtbank Den Haag · 23-05-2018 · zaaknummer NL18.3974
Inhoudsindicatie
De rechtbank is van oordeel dat verweerder de AA-termijn heeft overschreden als genoemd in artikel 3.110 van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb). Uit artikel 3.109b Vb en paragraaf C1/2.5 Vreemdelingencirculaire 2000, in samenhang met de Nota van toelichting (Stb. 2015, 294) bij artikel 3.109b Vb, volgt dat de mogelijkheid tot opschorting van de AA-procedure is bedoeld om praktische zaken te regelen in verband met het eindigen van de grensprocedure en de grensdetentie en de overplaatsing van de vreemdeling als gevolg hiervan. Het uitgangspunt is dat de opschorting een week duurt. Verweerder heeft erkend dat de duur van de opschorting van de AA-procedure niet enkel het gevolg was van het regelen van praktische zaken, maar veeleer het gevolg was van capaciteitsgebrek. De opschorting van de AA-procedure heeft ruim vijf weken geduurd. Dit acht de rechtbank niet in overeenstemming met het karakter van de AA-procedure, waarin in beginsel binnen acht dagen onderzoek wordt verricht naar de asielaanvraag en daarop een besluit wordt genomen. De rechtbank ziet echter aanleiding het geconstateerde gebrek met toepassing van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) te passeren, omdat aannemelijk is dat eiser door het gebrek niet is benadeeld. Uit het oordeel dat verweerder de termijn van de AA-procedure heeft overschreden volgt dat artikel 83b, eerste lid, Vreemdelingenwet 2000 (Vw), op grond waarvan de rechtbank uitspraak doet binnen vier weken na het instellen van het beroep, niet van toepassing is. De rechtbank doet daarom in dit geval uitspraak binnen de termijnen als bedoeld in artikel 83b, tweede lid, Vw en artikel 8:66 Awb. Uit de overschrijding van de termijn van de AA-procedure volgt verder dat de hoger beroepstermijn van 1 week niet van toepassing is (artikel 69, tweede lid, aanhef en onder a, Vw). Op grond van artikel 69, eerste lid, Vw bedraagt daarom de termijn voor het instellen van hoger beroep tegen deze uitspraak vier weken.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
