Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2018:7396

Rechtbank Den Haag · 20-06-2018 · zaaknummer NL 19.9810

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 21-06-2018
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Uit het arrest van het Hof in de zaak Gnandi van 19 juni 2018 (ECLI:EU:C:2018:465) volgt dat de Terugkeerrichtlijn op zichzelf er niet aan in de weg staat dat ten aanzien van een vreemdeling die een asielverzoek heeft ingediend een terugkeerbesluit wordt vastgesteld tezamen met de afwijzing van dit verzoek door het bestuursorgaan in één meeromvattende beschikking, dus zonder de uitkomst van het beroep in rechte tegen die afwijzing af te wachten. Er is daarom geen grond voor het oordeel dat het bestreden besluit, waarbij verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel heeft afgewezen, in zoverre niet tevens geldt als een terugkeerbesluit. Met zijn standpunt dat hij, in verband met het bepaalde in artikel 7.3, eerste lid, Vb, het terugkeerbesluit niet ten uitvoer zal leggen voordat de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan, heeft verweerder de waarborgen, dat alle rechtsgevolgen van het terugkeerbesluit worden geschorst in afwachting van de uitkomst van het beroep, onvoldoende in acht genomen. Voor zover eiser ter zitting erop heeft gewezen dat het besluit tot afwijzing van zijn asielaanvraag tot gevolg heeft gehad dat hij hangende beroep geen recht op opvang heeft gehad, heeft verweerder hem ten onrechte die opvang onthouden. Omdat verweerder niet heeft voldaan aan de voorwaarde voor het vaststellen van het terugkeerbesluit, is het terugkeerbesluit in zoverre onrechtmatig. Omdat het inreisverbod is gebaseerd op het terugkeerbesluit, is het inreisverbod in zoverre ook onrechtmatig. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit geheel in stand blijven, omdat het feitelijke gevolg dat eiser geen opvang heeft gehad tijdens de beroepsprocedure naar zijn aard niet ongedaan kan worden gemaakt en op zichzelf met het bestreden besluit een grondslag bestond voor het vaststellen van het terugkeerbesluit met een onmiddellijke vertrekverplichting, en daarmee voor het uitvaardigen van het inreisverbod.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.