ECLI:NL:RBDHA:2018:7184
Rechtbank Den Haag · 15-06-2018 · zaaknummer C-09-552081-KG ZA 18-411
Inhoudsindicatie
Kort geding. Vordering tot opheffing van conservatoir beslag op (mogelijk zeer waardevol) schilderij is afgewezen. Gedaagde stelt dat hij op grond van een door partijen ondertekende verklaring aanspraak heeft op de helft van de eigendom van een schilderij en dat hij een geldvordering op eiser heeft. Om deze vorderingen zeker ter stellen heeft gedaagde conservatoir beslag op het schilderij gelegd. Eiser wil dat het beslag wordt opgeheven, omdat de verklaring volgens hem over een ander schilderij gaat en gedaagde geen aanspraak kan maken op het schilderij waar nu beslag op is gelegd. Partijen nemen zulke tegengestelde standpunten in, dat in een kort geding niet beoordeeld kan worden wie van partijen gelijk heeft. Om dat te kunnen beoordelen is verdergaand onderzoek nodig. Dat onderzoek moet in een bodemprocedure worden gedaan. Gedaagde heeft er belang bij dat het conservatoir beslag wordt gehandhaafd, om zijn mogelijke vordering zeker te stellen. Dit belang weegt op tegen het belang van eiser bij opheffing van het beslag.
Rechters
Advocaten
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
