Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2018:6752

Rechtbank Den Haag · 26-04-2018 · zaaknummer AWB15/9255, 15/22895, 16/21015, 16/21016 en 17/2604

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 08-06-2018
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Asiel. Ivoorkust. Intrekking verblijfsvergunning asiel met terugwerkende kracht. Geen dwingende redenen als bedoeld in artikel 37e van het VV 2000. Ex-tunc en ex-nunc toetsing. Artikel 8 van het EVRM. Artikel 64 van de Vw 2000. Medische omstandigheden. Arrest Paposhvili. Verweerder was bevoegd de verleende verblijfsvergunningen asiel met terugwerkende kracht in te trekken op de grond dat de grond voor verlening is komen te vervallen, en verweerder heeft in redelijkheid van die bevoegdheid gebruik kunnen maken. Verweerder heeft kunnen verwijzen naar WBV 2012/12 (lees: 2012/2), welk WBV in werking is getreden op 14 maart 2012. Hoewel de in WBV 2012/2 neergelegde beleidswijziging ziet op het niet verlengen van het destijds geldende besluit- en vertrekmoratorium voor asielzoekers uit Ivoorkust, heeft verweerder dit WBV niettemin kunnen betrekken bij het bepalen van de intrekkingsdatum van de aan eisers verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Dit WBV is gebaseerd op de gewijzigde en verbeterde (veiligheids)situatie in Ivoorkust vanaf mei 2011. Verweerder heeft afdoende gemotiveerd dat als gevolg van de regimewijziging in 2011 sprake is van een wijziging van omstandigheden in Ivoorkust van een voldoende ingrijpend en niet voorbijgaand karakter als bedoeld in artikel 3.37e van het VV 2000. De rechtbank oordeelt dat verweerder in het bestreden besluit in strijd met artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geen volledige integrale geloofwaardigheidsbeoordeling van de door eiseres in Ivoorkust ondervonden problemen heeft verricht. De rechtbank ziet met het oog op een finale geschillenbeslechting aanleiding de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten. Verweerder heeft de verklaringen van eiseres niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht. Verweerder heeft zich voorts terecht op het standpunt gesteld dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij een reëel risico loopt om te worden onderworpen aan een schending van artikel 3 van het EVRM, dan wel dat zij bij terugkeer naar Ivoorkust ernstige schade zal lijden. Het beroep van eisers op het arrest Paposhvili van 13 december 2016 slaagt niet. De rechtbank oordeelt dat eisers – in aanmerking genomen hun medische situatie – niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij bij uitzetting naar Ivoorkust in een door artikel 3 van het EVRM verboden situatie zal geraken. Verweerder heeft in de medische situatie van eisers terecht geen aanleiding gezien om aan eisers ambtshalve uitstel van vertrek te verlenen op grond van artikel 64 van de Vw 2000. Verder heeft verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat de belangenafweging in het kader van artikel 8 van het EVRM wat betreft familie- en gezinsleven in het nadeel van eisers uitvalt. De rechtbank volgt eiser 2 en eiser 3 in de beroepsgrond dat de bestreden besluiten van 29 augustus 2016, voor zover verweerder daarin de verblijfsvergunningen regulier van eiser 2 en eiser 3 met terugwerkende kracht heeft ingetrokken, nieuwe besluiten zijn. De beroepen, voor zover gericht tegen de intrekking van de verblijfsvergunningen regulier, zijn op verzoek van verweerder met toepassing van artikel 6:15 van de Awb doorgezonden ter beoordeling als bezwaarschrift. Reeds hierom komen de bestreden besluiten op dat onderdeel voor vernietiging in aanmerking en dienen de beroepen gegrond te worden verklaard. De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder a, van de Awb de rechtsgevolgen van de bestreden besluiten in stand te laten, omdat verweerder bij besluit op bezwaar van 12 januari 2017 heeft beslist op het bezwaarschrift. De rechtbank oordeelt dat verweerder in het bestreden besluit afdoende heeft gemotiveerd waarom de verblijfsvergunningen van eiser 2 en eiser 3 met terugwerkende kracht zijn ingetrokken. Nu verweerder bevoegd was de verblijfvergunningen asiel van de ouders in te trekken, is daarmee ook de grond voor verlening van de aan de kinderen verleende verblijfsvergunningen regulier komen te vervallen.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.