ECLI:NL:RBDHA:2018:5117
Rechtbank Den Haag · 19-04-2018 · zaaknummer AWB - 17 _ 2467
Inhoudsindicatie
Op 23 december 2009 koopt eiseres alle aandelen in een BV voor € 950.000. Eiseres blijft de koopsom schuldig. Dezelfde dag verkoopt eiseres deze aandelen aan een groepsmaatschappij voor € 1.500.000. Deze groepsmaatschappij blijft de koopsom schuldig en gaat in 2012 failliet. In de aangifte voor het jaar 2011 waardeert eiseres de vordering op de groepsmaatschappij af tot nihil. Verweerder laat deze afwaardering niet in aftrek toe. In geschil is op dit terecht is. De rechtbank oordeelt op feitelijke gronden dat eiseres het bestaan van de afgewaardeerde vordering niet aannemelijk maakt voor zover die uitgaat boven de aankoopprijs van € 950.000 en dat voor het overige sprake is van een onzakelijk lening. Het beroep is wel gegrond omdat de winst moet worden verminderd met ten onrechte in aanmerking genomen rente. Verder oordeelt de rechtbank dat de bezwaarprocedure te lang heeft geduurd en daarom recht bestaat op een vergoeding van immateriële schade van € 500, die eiseres moet delen met een andere belanghebbende. Eiseres krijgt dus € 250.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
