ECLI:NL:RBDHA:2018:4589
Rechtbank Den Haag · 19-04-2018 · zaaknummer NL18.3912
Inhoudsindicatie
Eiser heeft in zijn vorige asielprocedure niet verklaard over de offervereniging. Zijn verklaringen hieromtrent in deze procedure had verweerder dan ook moeten aanmerken als een nieuw asielmotief en dus inhoudelijk moeten beoordelen. Dat eiser dit asielmotief eerder naar voren had kunnen en moeten brengen, is een omstandigheid die verweerder kan betrekken bij de geloofwaardigheidsbeoordeling van dit asielmotief. Verweerder heeft dit dus ten onrechte niet aangemerkt als een nieuw asielmotief en de aanvraag dus ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
[eiser]
eiser · onbekend
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
