ECLI:NL:RBDHA:2018:447
Rechtbank Den Haag · 16-01-2018 · zaaknummer SGR 17/5275
Inhoudsindicatie
De in artikel 8:69a van de Awb neergelegde relativiteitseis staat aan de inhoudelijke beoordeling van de beroepsgrond van eisers over de gestelde strijd met de vereiste brandveiligheidsregels in de weg. De rechtbank overweegt dat het belang waarin eisers I dreigen te worden geraakt als gevolg van de realisering van het plan, louter is gelegen in hun bedrijfsbelang. De ingeroepen bepalingen uit de Wet natuurbescherming strekken kennelijk niet tot bescherming van hun belang. Dit betekent dat de beroepsgronden die eisers I in het kader van de Wnb hebben aangevoerd ingevolge artikel 8:69a van de Awb niet kunnen leiden tot vernietiging van het bestreden besluit. Ten aanzien van eisers II is naar het oordeel van de rechtbank niet evident dat de locatie van het bouwplan geen onderdeel uitmaakt van hun directe leefomgeving. Weliswaar wonen zij op 80 à 90 meter van het plangebied en bevinden zich daartussen achtereenvolgens bebouwing, een weg, een watergang, een weg en een groenstrook, maar genoemde tussengelegen bebouwing bevindt zich niet direct achter de woning van eisers II. Zij hebben dan ook vrij uitzicht op het plangebied. Naar het oordeel van de rechtbank kan gezien deze omstandigheden niet worden gezegd dat de ingeroepen norm kennelijk niet strekt tot bescherming van de belangen van eisers II. Het relativiteitsvereiste kan eisers II dan ook niet worden tegengeworpen. Verweerder heeft ten onrechte geen voorschrift aan de omgevingsvergunning verbonden. De tekst van het bestreden besluit biedt onvoldoende garantie dat er geen werkzaamheden tijdens het broedseizoen zullen plaatsvinden. Dit geldt ook voor het feit dat de voorziene bouwmarkt (schriftelijk) heeft toegezegd niet te beginnen met de bouwwerkzaamheden. De omstandigheid dat in de toelichting bij het vigerende bestemmingsplan staat vermeld dat verplicht rekening dient te worden gehouden met het broedseizoen van vogels, maakt het voorgaande niet anders. Volgens vaste jurisprudentie komt aan de toelichting bij een bestemmingsplan immers geen bindende betekenis toe. Beroep gegrond. Het bestreden besluit wordt vernietigd voor zover daaraan geen voorschrift is verbonden. De rechtbank voorziet zelf in de zaak door alsnog het voorschrift aan het bestreden besluit te verbinden dat de werkzaamheden niet tijdens het broedseizoen (1 maart tot 15 juli ) mogen aanvangen.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
het college van burgemeester en wethouders van Midden-Delfland
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van Midden-Delfland
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
