ECLI:NL:RBDHA:2018:4319
Rechtbank Den Haag · 12-04-2018 · zaaknummer 17_6959
Inhoudsindicatie
Aan eiseres is een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting opgelegd naar een belastbaar bedrag van € 65.000. De te betalen belasting bedraagt € 13.000 en is door eiseres betaald. Nadat de voorlopige aanslag is op 22 april 2017 is verminderd naar € 0, is de reeds betaalde belasting verrekend met de op 6 mei 2017 opgelegde definitieve aanslag. Deze is vastgesteld naar een belastbaar bedrag van € 78.452 en een bedrag aan te betalen belasting van € 15.690. Over dit gehele bedrag is belastingrente berekend bij het vaststellen van de aanslag. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder bij het berekenen van de belastingrente ten onrechte geen rekening gehouden met het bedrag van € 13.000 dat reeds door eiseres was betaald. Artikel 30fc, zevende lid, van de AWR voorziet niet in een geval als het onderhavige. Op grond van de redelijke wetstoepassing en bezien in het licht van doel en strekking van de belastingrenteregeling dient geen belastingrente te worden berekend over een periode dat verschuldigde belasting reeds aan de belastingdienst was betaald.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
