ECLI:NL:RBDHA:2018:3905
Rechtbank Den Haag · 23-03-2018 · zaaknummer 09/767071-15
Inhoudsindicatie
Mensenhandel. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het uitbuiten van twee jonge vrouwen in de prostitutie. Eén van hen was minderjarig. Verwerping van het beroep op het non-punishment beginsel. De rechtbank stelt vast dat de verdachte als slachtoffer is aangemerkt in een ander onderzoek naar mensenhandel. De gedragingen die de verdachte worden verweten staan niet in rechtstreeks verband met de werkzaamheden die de verdachte in het kader van de uitbuiting door de daders van dat onderzoek moest verrichten. Los hiervan is de veronderstelde dwang jegens de verdachte door haar moeder niet aannemelijk geworden. Ten aanzien van de strafoplegging geeft de rechtbank dan ook geen toepassing aan dit beginsel. Juridisch kader mensenhandel. Naar het oordeel van de rechtbank is voor artikel 273f, eerste lid, sub 9 van het Wetboek van Strafrecht niet vereist dat daadwerkelijk van bevoordeling sprake is geweest. De tekst van sub 9 biedt ruimte voor die opvatting. Bovendien komt een dergelijke uitleg tegemoet aan de strekking van de strafbaarstelling van mensenhandel, te weten het belang van behoud van iemands geestelijke en lichamelijke integriteit en persoonlijke vrijheid. Immers, door met een dwangmiddel iemand ertoe te bewegen hem te bevoordelen uit de opbrengst van diens seksuele handelingen met of voor een derde is daarmee diens geestelijke integriteit en persoonlijke vrijheid reeds geschonden en naar het oordeel van de rechtbank is daarmee het delict voltooid. Overwegingen ten aanzien van de betrouwbaarheid van verklaringen van getuigen. Gebleken is dat tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte, de beperkingen die aan de verdachte waren opgelegd ten onrechte op andere wijze (aanmerkelijk verzwarend) zijn toegepast door de lokale, Hongaarse autoriteiten. Gelet hierop, en de lange duur van deze verzwaarde beperkingen, zal de rechtbank de duur van de op te leggen straf beperken met twee maanden. Korting van 10 % op de op te leggen straf vanwege overschrijding van de redelijke termijn. Onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 10 maanden.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
