Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2018:3902

Rechtbank Den Haag · 23-03-2018 · zaaknummer 09/767262-14

StrafrechtGepubliceerd 05-04-2018
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Mensenhandel. Criminele organisatie. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het - in georganiseerd verband - uitbuiten van meerdere jonge vrouwen in de prostitutie. Verweer ten aanzien van schending van het ne-bis-in-idembeginsel (artikel 68 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 54 van de Schengen Uitvoerings Overeenkomst). Verwerping verweer voor zover het ziet op de zaaksdossiers. De verdachte is voor de betreffende slachtoffers in België veroordeeld voor gedragingen die kwalificeren als mensenhandel die in België zijn gepleegd. De officieren van justitie zijn ontvankelijk in hun vervolging ten aanzien van de zaaksdossiers, nu de aan de rechtbank voorliggende verdenking ziet op mensenhandel ten aanzien van de betreffende slachtoffers gepleegd in Nederland en/of Hongarije. Toewijzing verweer voor zover het ziet op deelneming aan een criminele organisatie in de periode waarvoor de verdachte in België onherroepelijk is veroordeeld. De rechtbank is van oordeel dat de verdenking ziet op deelneming aan min of meer dezelfde criminele organisatie als die in België actief is geweest, nu de Belgische rechter de bewezenverklaring weliswaar heeft beperkt tot de pleegplaats Gent en de rest van het Belgische rijk, maar daarbij acht heeft geslagen op het internationale karakter van de organisatie. De officieren van justitie zijn niet ontvankelijk voor vervolging van deze periode. Verwerping verweer voor zover het ziet op deelneming aan een criminele organisatie in de overige periode. De officieren van justitie zijn ontvankelijk in hun vervolging ten aanzien van deze periode, nu de aan de rechtbank voorliggende verdenking in de eerste plaats ziet op een andere periode en in de tweede plaats de uitvalsbasis Den Haag lijkt te zijn. Juridisch kader mensenhandel. Naar het oordeel van de rechtbank is voor artikel 273f, eerste lid, sub 9 van het Wetboek van Strafrecht niet vereist dat daadwerkelijk van bevoordeling sprake is geweest. De tekst van sub 9 biedt ruimte voor die opvatting. Bovendien komt een dergelijke uitleg tegemoet aan de strekking van de strafbaarstelling van mensenhandel, te weten het belang van behoud van iemands geestelijke en lichamelijke integriteit en persoonlijke vrijheid. Immers, door met een dwangmiddel iemand ertoe te bewegen hem te bevoordelen uit de opbrengst van diens seksuele handelingen met of voor een derde is daarmee diens geestelijke integriteit en persoonlijke vrijheid reeds geschonden en naar het oordeel van de rechtbank is daarmee het delict voltooid. Overwegingen ten aanzien van de betrouwbaarheid van verklaringen van getuigen. Geen toepassing van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht vanwege strafoplegging bij veroordeling van de verdachte door Belgische rechterlijke instantie. De rechtbank weegt deze veroordeling wel ten gunste van de verdachte mee. De bewezenverklaarde feiten in Nederland kunnen niet los worden gezien van de veroordeling in België nu het gaat om een aaneenschakeling van soortgelijke feiten die in de verschillende landen zijn gepleegd. De duur van de gevangenisstraf zal daartoe met 6 maanden worden gematigd. Korting van 10 % op de op te leggen straf vanwege overschrijding van de redelijke termijn. Onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 26 maanden.

Advocaten

  • C.P. Wesselink-van Dijk

Partijen

  • [verdachte]

    verdachte · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.