ECLI:NL:RBDHA:2018:3716
Rechtbank Den Haag · 02-03-2018 · zaaknummer AWB - 17 _ 14160
Inhoudsindicatie
Afwijzing aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor het doel “familieleven op grond van artikel 8 EVRM”. De rechtbank overweegt dat verweerder de van betekenis zijnde feiten en omstandigheden kenbaar bij de belangenafweging heeft betrokken. Verweerder heeft zich dan ook deugdelijk gemotiveerd en niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat de belangenafweging in het kader van artikel 8 van het EVRM in het nadeel van eisers uitvalt. De rechtbank is verder van oordeel dat verweerder zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de door eisers aangevoerde omstandigheden er niet toe leiden dat zij met toepassing van de hardheidsclause van artikel 3.71, derde lid, van het Vb 2000 vrijgesteld moeten worden van het mvv-vereiste. Het beroep is ongegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
