ECLI:NL:RBDHA:2018:2542
Rechtbank Den Haag · 23-02-2018 · zaaknummer AWB - 17 _ 2110
Inhoudsindicatie
Inkomstenbelasting. Tbs-resultaat. Onzakelijke lening. Eiser is enig aandeelhouder van een BV die op haar beurt middellijk en onmiddellijk aandeelhouder van een groot aantal groepsmaatschappijen. Ultimo 2009 had eiser in totaal voor € 3.210.649 aan vorderingen in rekening-courant op de groepsmaatschappijen. In zijn aangifte IB/PVV voor 2009 heeft eiser die vorderingen met 10% afgewaardeerd. De aanslag over dat jaar is conform de aangifte vastgesteld. Ultimo 2011 was het totaal van de vorderingen opgelopen tot € 4.240.239 waarvan € 4.000 was verstrekt aan X BV en de rest aan andere groepsmaatschappijen. Ultimo 2012 was het totaal van de vorderingen opgelopen tot € 4.722.192, waarvan € 560.758 was verstrekt aan X BV. Met X BV is eiser op 31 december 2012 is eiser een nieuwe overeenkomst van kredietverstrekking in rekening-courant aangegaan. Omdat X BV in 2013 failliet ging heeft eiser zijn vordering op X BV ultimo 2012 afgewaardeerd tot nihil en deze afwaardering aangegeven als tbs-verlies. Verweerder heeft de aftrek echter geweigerd omdat sprake zou zijn van een onzakelijke lening. In geschil is of dit terecht is. Hoewel verweerder dit niet heeft aangevoerd, oordeelt de rechtbank, met toepassing van artikel 8:69 van de Awb, dat sprake is van een nieuwe kredietverstrekking aan X BV per 31 december 2012. En omdat dit krediet werd verstrekt in het zicht van het faillissement van X BV komt de rechtbank tot het oordeel dat sprake is van een bodemlozeputlening en het verlies dus niet aftrekbaar is. Het beroep van eiser op het vertrouwensbeginsel, omdat de afwaardering in 2009 wel werd geaccepteerd, wijst de rechtbank af omdat het krediet aan X BV niet kan worden vereenzelvigd met de in 2009 afgewaardeerde vorderingen en verweerder bovendien voldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld en aannemelijk gemaakt om ten aanzien van het krediet aan X BV een ander standpunt in te nemen. Beroep ongegrond.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
