ECLI:NL:RBDHA:2018:2337
Rechtbank Den Haag · 15-02-2018 · zaaknummer NL18.1175
Inhoudsindicatie
Het onderzoek van de aanvraag van eiser in de grensprocedure is opgeschort op grond van artikel 3.109b, vierde lid, Vb. Niet is gebleken dat die opschorting samenhing met het regelen van praktische zaken rondom vervoer en planning bij beëindiging van de grensprocedure, waarvoor die opschorting is bedoeld, en bovendien heeft hij veel langer geduurd dan in de Nota van toelichting (Stb. 2015, 294) aangegeven termijn van één week. Verweerder heeft dan ook in strijd met artikel 3.109b, vierde lid Vb gehandeld en de termijn als opgenomen in artikel 3.110 Vb overschreden. Nu eiser niet heeft geconcretiseerd wat hij anders of meer had kunnen aanvoeren of inbrengen ter ondersteuning van zijn asielverzoek en er dus ook geen aanleiding was voor nader onderzoek door verweerder te dien aanzien, is eiser niet in zijn belangen geschaad. De rechtbank passeert dit gebrek daarom met toepassing van artikel 6:22 Awb.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
[eiser]
eiser · onbekend
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
