Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2018:2288

Rechtbank Den Haag · 28-02-2018 · zaaknummer AWB - 17 _ 28

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 27-02-2018
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Anders dan verweerder betoogt, maakt de vaststelling dat er sprake is van een situatie zoals omschreven in artikel 11, eerste lid en onder e, van de Kwalificatierichtlijn niet dat de Kwalificatierichtlijn niet langer van toepassing is op het besluit tot intrekking van eisers verblijfsvergunning. Uit artikel 14, eerste lid, van de Kwalificatierichtlijn blijkt dat voor de beëindiging van een vluchtelingenstatus een actieve handeling van de lidstaten is vereist. Voorts heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling), bepaald dat een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd die rechtstreeks op grond van een vluchtelingenstatus is verleend, samenvalt met die vluchtelingenstatus en dat de intrekking van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd daarom tevens de intrekking van de vluchtelingenstatus inhoudt, zodat artikel 14 van de Kwalificatierichtlijn op een dergelijk besluit van toepassing is (zie: de uitspraken van 17 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1780, en 2 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1550). In artikel 14 van de Kwalificatierichtlijn is uitputtend opgesomd op welke gronden een vluchtelingenstatus kan worden ingetrokken dan wel beëindigd. In het eerste lid van dit artikel is bepaald dat de lidstaten de vluchtelingenstatus kunnen intrekken indien hij volgens de criteria van artikel 11 geen vluchteling meer is. Echter deze beëindigingsgrond is niet in de nationale wetgeving geïmplementeerd in het geval een vergunning asiel voor onbepaalde tijd is verstrekt. Artikel 35 van de Vw 2000 bevat geen bepaling die het mogelijk maakt een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd in te trekken omdat de grond voor verlening is komen te vervallen. De Nederlandse wetgeving is op dit punt gunstiger voor een vreemdeling dan de Kwalificatierichtlijn. De wetgever heeft hiermee gebruik gemaakt van zijn bevoegdheid op grond van artikel 3 van de Kwalificatierichtlijn gunstigere normen vast te stellen. Verweerder kan daarom niet op grond van artikel 14, eerste lid, Kwalificatierichtlijn een asielrechtelijke verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd intrekken.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

    verweerder · overheid

  • [eiser]

    eiser · onbekend

Overheidspartijen

  • Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.