ECLI:NL:RBDHA:2018:1943
Rechtbank Den Haag · 18-01-2018 · zaaknummer NL17.5706
Inhoudsindicatie
Eiser heeft procesbelang bij beroep tegen inwilligende asielbeschikking, nu eiser schadevergoeding vraagt voor tijdens de grensprocedure ondergane grensdetentie (artikel 6 lid 3 Vw). De rechtbank oordeelt met verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 3 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1451) dat verweerder een redelijke tijd gegund moet worden om onderzoek te kunnen doen naar de inwilligbaarheid van eisers asielverzoek en het recht op toegang tot Nederland. De verleende a-status brengt niet mee dat de grensprocedure alsnog van meet af aan onrechtmatig moet worden geacht. De rechtbank ziet ook overigens geen aanleiding voor het oordeel dat eisers asielaanvraag niet of niet langer in de grensprocedure mocht worden behandeld. Voor zover eiser betoogt dat hem op grond van diens persoonlijke omstandigheden een lichter middel dan vrijheidsontneming had moeten worden opgelegd, verwijst de rechtbank naar de uitspraak van de bewaringsrechter, die het beroep ongegrond heeft verklaard.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
