ECLI:NL:RBDHA:2018:1938
Rechtbank Den Haag · 19-01-2018 · zaaknummer AWB 17/6394
Inhoudsindicatie
Eiser heeft procesbelang bij beroep tegen inwilligende asielbeschikking, nu eiser schadevergoeding vraagt voor tijdens de grensprocedure ondergane grensdetentie (artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000). De rechtbank oordeelt met verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 3 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1451) dat verweerder een redelijke tijd gegund moet worden om onderzoek te kunnen doen naar de inwilligbaarheid van eisers asielverzoek en het recht op toegang tot Nederland. De enkele verleende a-status brengt niet met zich dat de grensprocedure van meet af aan onrechtmatig moet worden geacht.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
