ECLI:NL:RBDHA:2018:1861
Rechtbank Den Haag · 12-02-2018 · zaaknummer C/09/547212 / KG RK 18-140
Inhoudsindicatie
De bezwaren van verzoeker zijn gericht tegen processuele beslissingen van de bestuursrechter. Dergelijke beslissingen vormen in principe geen grond voor een wraking. Alleen indien de beslissing zo onbegrijpelijk is dat deze een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat de rechter jegens verzoeker vooringenomenheid koestert, althans dat de bij verzoeker dienaangaande bestaande vrees voor dergelijke vooringenomenheid naar objectieve maatstaven gerechtvaardigd is, kan dit tot een ander oordeel leiden. Hetgeen verzoeker in dit verband heeft gesteld, levert geen aanwijzing op die tot dat oordeel zou moeten leiden. Integendeel, de wrakingskamer is van oordeel dat de beslissing van de bestuursrechter om verzoeker alsnog in de gelegenheid te stellen de bijlage toe te zenden en om de zaak, ondanks het feit dat het verzoek om vrijstelling van het griffierecht nog niet was afgehandeld, toch vast inhoudelijk te behandelen, juist – mede gelet op de belangen van verzoeker – praktisch en coulant jegens verzoeker is.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
