Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2018:16318

Rechtbank Den Haag · 17-08-2018 · zaaknummer NL18.10630

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 18-04-2019
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Asiel, Eritrea, termijn uitreisvisum overschreden, b-grond van toepassing gelet op landgebonden beleid en jurisprudentie. ABRvS: bevestiging met toepassing van 91, 2 Vw. (201807044/1/V1 d.d. 5 4 2019) Samenvatting: In de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) van 24 april 20142 is overwogen dat, nu ervan moest worden uitgegaan dat de termijn van het Eritrees uitreisvisum was overschreden en het ambtsbericht geen duidelijkheid bood of en op welke wijze in zodanig geval de Eritrese autoriteiten een vreemdeling bij terugkeer in Eritrea ondervragen over het verblijf buiten dat land, verweerder zich niet zonder meer op het standpunt mocht stellen dat de desbetreffende vreemdeling vrijwillig kon terugkeren naar Eritrea zonder een reëel risico te lopen op een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM. In de uitspraak van 6 juli 20173 heeft de ABRvS overwogen dat het AAB 2017 geen aanleiding geeft om aan te nemen dat de situatie wezenlijk anders is dan de situatie die voorlag in de hiervoor genoemde uitspraken. Het AAB van juni 2018 laat naar het oordeel van de rechtbank ook geen ander beeld zien en tot op heden heeft verweerder geen aanleiding gezien het landgebonden beleid over Eritrea aan te passen. Dit beleid houdt, voor zover van belang, in dat uitsluitend een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw wordt verleend aan de Eritrese vreemdeling die Eritrea op legale wijze (met geldig document voor grensoverschrijding en uitreisvisum) heeft verlaten, als de vreemdeling individuele omstandigheden naar voren heeft gebracht die aannemelijk maken dat hij bij terugkeer wordt blootgesteld aan ernstige schade. Hiervan kan sprake zijn als de vreemdeling heeft aangetoond dat hij aanmerkelijk langer in het buitenland heeft verbleven dan was beoogd voor het doel waarvoor de Eritrese autoriteiten een uitreisvisum hebben afgegeven. De rechtbank stelt vast dat de op het visum vermelde geldigheidsperiode 30 dagen bedroeg. Verweerder heeft toegelicht dat het uitreisvisum moet worden beschouwd als een toestemming van de Eritrese autoriteiten om binnen 30 dagen uit te reizen en dat terugkeer te allen tijde mogelijk is. De rechtbank begrijpt dat verweerder hiermee betoogt dat geen sprake is van een overschrijding van de 30 dagen-termijn in het uitreisvisum. Dit betoog slaagt echter niet, omdat deze uitleg van het uitreisvisum niet strookt met voornoemd beleid en de aangehaalde jurisprudentie. Gelet hierop moet het er voor worden gehouden dat de termijn van het uitreisvisum is overschreden. Eiseres verbleef ten tijde van de zitting immers ruim 7,5 maand buiten Eritrea en derhalve aanmerkelijk langer dan voornoemde periode van 30 dagen. Motiveringsgebrek. Vw moet nieuw besluit nemen.

Rechters

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [eiseres]

    eiseres · onbekend

  • de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.