ECLI:NL:RBDHA:2018:16314
Rechtbank Den Haag · 07-06-2018 · zaaknummer NL17.5104
Inhoudsindicatie
Het gaat in deze zaak om een verzoek om geheimhouding op grond van artikel 8:29 van de Awb in een asielzaak. Verweerder heeft het afwijzende asielbesluit mede gebaseerd op verklaringen van een oom van de vreemdeling. De rechter-commissaris acht zich in deze zaak niet bevoegd om vragen over de verklaringen van de oom zoals gesteld door de behandelend rechter te beantwoorden. Er is ook geen inhoudelijke of andere reden om die vragen door de rechter-commissaris te laten beantwoorden. Uit de vraagstelling blijkt dat eiser er (indien er gewichtige redenen bestaan) geen bezwaar tegen heeft dat hij zelf geen kennis kan nemen van de stukken waarop het verzoek ziet. Eiser kan in dat geval toestemming geven aan de behandelend rechter om mede op basis van de stukken uitspraak te doen. Dan kan de behandelend rechter de vragen, zoals gesteld aan de rechter-commissaris, zelf beantwoorden.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
[eiser]
eiser · onbekend
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
