ECLI:NL:RBDHA:2018:16196
Rechtbank Den Haag · 14-12-2018 · zaaknummer AWB 18/6761
Inhoudsindicatie
Verweerder heeft de aanvraag voor een mvv met als doel gezinshereniging in het kader van nareis afgewezen omdat referent inmiddels in het bezit is van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. Niet in geschil is dat referent binnen drie maanden nadat aan hem een vluchtelingenstatus is verleend, een aanvraag voor de mvv heeft gedaan en de termijn is veiliggesteld. Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit de wettekst niet dat indien referent op het moment van de (opvolgende) aanvraag niet meer beschikt over een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, maar voor onbepaalde tijd, nareis niet meer kan plaatsvinden. Ook uit de Gezinsherenigingsrichtlijn volgt een dergelijk onderscheid niet. De wet staat er niet in de weg dat verweerder inwilligend op de aanvraag beslist. Het beroep is gegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
