ECLI:NL:RBDHA:2018:16141
Rechtbank Den Haag · 11-12-2018 · zaaknummer NL 18.17914
Inhoudsindicatie
Eiser stelt zich op het standpunt dat verweerder conform zijn eigen beleid, zoals geconcretiseerd in de uitspraak van 11 oktober 2011, JV 2011/509 uiterlijk binnen vijf werkdagen de executie van een onherroepelijk vonnis ter hand had moeten nemen. De rechtbank overweegt dat op het moment dat verweerder ter zake vernam van het CJIB nog twee wegen tot afdoening van de strafzaak openstonden. Primair boetebetaling subsidiair vervangende hechtenis. Verweerder hoefde er niet vanuit te gaan dat eiser geen geld had om de boete te betalen. Pas toen eiser uitdrukkelijk aan verweerder te kennen had gegeven de vervangende hechtenis te willen uitzitten, zijn daaruit door verweerder consequenties getrokken ten aanzien van het voortduren van de bewaring. Niet is gebleken dat de bewaring op deze wijze langer heeft geduurd dan noodzakelijk dan wel in strijd is geweest met het beleid.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
[eiser]
eiser · onbekend
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
