Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2018:15605

Rechtbank Den Haag · 14-12-2018 · zaaknummer AWB 18/4809

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 09-01-2019
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Aanvraag voor een verblijfsdocument op grond van artikel 9, eerste lid, Vw, waaruit een afgeleid verblijfsrecht op grond van artikel 20 VWEU blijkt. Onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 5 december 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:3998) is de rechtbank van oordeel dat verweerder zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiser als gevolg van nationaalrechtelijke bepalingen geen rechtmatig verblijf kan hebben wegens de enkele omstandigheid dat tegen hem een zwaar inreisverbod is uitgevaardigd. Artikel 66a, zevende lid, van de Vw moet dus in de situatie van eiser buiten toepassing worden gelaten. Verweerder heeft echter in het bestreden besluit ook de verblijfsaanspraak van eiser op grond van artikel 20 VWEU beoordeeld, door te beoordelen of in die verblijfsaanspraak grond is gelegen om het inreisverbod op te heffen. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat aan eiser dat verblijfsrecht niet toekomt, omdat hij een ernstige bedreiging voor de openbare orde vormt, die nog steeds actueel is. Eiser is dus op zichzelf niet benadeeld door het standpunt van verweerder dat het tegen hem uitgevaardigde inreisverbod in de weg staat aan het verkrijgen van rechtmatig verblijf. Uit het arrest K.A. (punt 90) volgt dat, indien tegen een vreemdeling een inreisverbod is uitgevaardigd dat berust op redenen van openbare orde, artikel 20 VWEU niet afdoet aan de mogelijkheid voor de lidstaten om zich te beroepen op een uitzondering in verband met de handhaving van de openbare orde of de bescherming van de openbare veiligheid. Eiser voert terecht aan dat verweerder ter motivering van zijn standpunt dat de minderjarige zoon van eiser niet gedwongen wordt het grondgebied van de Unie te verlaten als aan eiser een verblijfsrecht wordt ontzegd, niet alle relevante omstandigheden in zijn beoordeling heeft betrokken. Zoals volgt uit het arrest K.A. kan verweerder niet volstaan met het standpunt dat eiser een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging voor de openbare orde vormt en dient verweerder vooral ook het belang van het kind in aanmerking te nemen. Verweerder moet een concrete beoordeling verrichten van alle omstandigheden van het geval, waaronder ook de economische en gezinssituatie van het betrokken kind. In dat licht is de enkele stelling van verweerder dat, gelet op zijn detentie, eiser geen zorg- en opvoedingstaken verricht, onvoldoende. Gelet op het arrest Chavez-Vilchez is de omstandigheid dat de andere ouder, burger van de Unie, daadwerkelijk alleen de dagelijkse daadwerkelijke zorg voor het kind kan en wil dragen, een gegeven dat relevant is, maar dit volstaat niet om te kunnen vaststellen dat er tussen de ouder die onderdaan van een derde land is en het kind niet een zodanige afhankelijkheidsverhouding bestaat dat het kind in geval van een dergelijke weigering het grondgebied van de Unie zou moeten verlaten.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

  • de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.