Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2018:15160

Rechtbank Den Haag · 06-11-2018 · zaaknummer AWB 18/2597

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 20-12-2018
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Zoals de Afdeling heeft geoordeeld in de uitspraak van 31 januari 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:360) rust op de vreemdeling en referente een inlichtingenplicht, als zich nadat verweerder op de aanvraag heeft beslist wijzigingen in gegevens voordoen die van invloed kunnen zijn op het gevraagde dan wel verleende verblijfsrecht. Referente is daarop gewezen in de door haar ondertekende “Verklaring referent (familie en gezin)”. Daarom was verweerder bevoegd de aan eiser verleende verblijfvergunning met terugwerkende kracht in te trekken. Voor zover de rechtbank bekend is, trok verweerder vóór 1 december 1980 niet met terugwerkende kracht verblijfsvergunningen in. In de uitspraak van 27 mei 2015 van deze rechtbank, zittingsplaats Haarlem (ECLI:NL:RBDHA:2015:7858) is op gelijke wijze geoordeeld en de rechtbank ziet in deze zaak geen aanleiding om anders te oordelen. Hieruit volgt dat intrekking met terugwerkende kracht een nieuwe beperking is als bedoeld in de standstill-bepaling van artikel 13 van Besluit 1/80. Het voorgaande betekent echter nog niet dat de intrekking onrechtmatig is wegens strijd met Besluit 1/80. In haar uitspraak van 14 november 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:3165) heeft de Afdeling geoordeeld dat een intrekking met terugwerkende kracht van een verblijfsvergunning van een Turkse vreemdeling niet in strijd is met artikel 13 van Besluit 1/80 omdat een Turkse vreemdeling gelet op artikel 59 van het Aanvullend Protocol immers geen gunstiger behandeling toekomt dan een Unieburger bij wie achteraf wordt vastgesteld dat hij geen rechtmatig verblijf heeft gehad omdat hij onjuiste gegevens heeft verstrekt of gegevens heeft achtergehouden. De rechtbank acht deze jurisprudentie ook in deze zaak van toepassing. Dat betekent dat de intrekking met terugwerkende kracht in dit geval niet in strijd is met Besluit 1/80. Het beroep is derhalve ongegrond voor zover het gericht is tegen de intrekking met terugwerkende kracht. et aan eiser opgelegde inreisverbod kwalificeert volgens de rechtbank inderdaad als nieuwe beperking in de zin van artikel 13 van Besluit 1/80 omdat een verbod met een gelijke strekking niet bestond op 1 december 1980. Het inreisverbod is in het onderhavige geval derhalve in strijd met Besluit 1/80. Eiser heeft aangevoerd dat hij internationaal vrachtwagenchauffeur is en veelvuldig in de Europese Unie rijdt. Nu het inreisverbod voor het gehele grondgebied van de Europese Unie geldt, kan eiser zijn werk dus niet verrichten zolang het inreisverbod van kracht is. Verweerder heeft dit zwaarwegende belang niet bij zijn beoordeling betrokken.

Rechters

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

    verweerder · overheid

  • [eiser]

    eiser · onbekend

Overheidspartijen

  • Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.