Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2018:14445

Rechtbank Den Haag · 05-12-2018 · zaaknummer NL18.21908

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 06-12-2018
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Op grond van artikel 24, derde lid, van de Dublinverordening en de uitspraak van 7 juni 2018 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2018:1911) heeft een lidstaat, waar de vreemdeling zonder verblijfstitel verblijft, ondanks een bestaand asielverzoek in een andere lidstaat, de mogelijkheid de vreemdeling in de gelegenheid te stellen een nieuw asielverzoek in te dienen. Een lidstaat die deze gelegenheid biedt, moet de vreemdeling daarbij uitleggen dat op zijn asielverzoek in de andere lidstaat niet zal worden beslist. Als de vreemdeling vervolgens welbewust en weloverwogen weigert een nieuw asielverzoek in te dienen, dan heeft de vreemdeling zijn asielverzoek in de andere lidstaat daarmee prijsgegeven. In dat geval bestaat er geen concreet aanknopingspunt meer voor een overdracht als bedoeld in de Dublinverordening. Uit de in deze uitspraak opgenomen fragmenten blijkt dat eiser meermaals de gelegenheid is geboden tot het indienen van een nieuw asielverzoek in Nederland. Uit eisers antwoorden volgt dat hij dat niet wil omdat hij al asiel heeft aangevraagd in Duitsland. Hieruit volgt naar het oordeel van de rechtbank onmiskenbaar dat eiser niet begrijpt dat hij door zijn weigering een nieuwe aanvraag in te dienen zijn asielaanvraag prijsgeeft. Er is dan ook geenszins sprake van een weloverwogen en welbewuste weigering. Daar komt bij dat verweerders opmerking suggereert dat eiser zijn asielaanvraag reeds heeft prijsgegeven door zijn enkele vertrek uit Duitsland. Hieruit kan eiser onmogelijk opmaken dat hij zijn verzoek om internationale bescherming nog kan behouden door in Nederland een nieuw asielverzoek te doen. Daarom een concreet aanknopingspunt voor de Dublinverordening. Daardoor onjuiste grondslag inbewaringstelling en onrechtmatig terugkeerbesluit en inreisverbod. Gegrond.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

    verweerder · overheid

  • [eiser]

    eiser · onbekend

Overheidspartijen

  • Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.