ECLI:NL:RBDHA:2018:14140
Rechtbank Den Haag · 29-11-2018 · zaaknummer 09/807372-15
Inhoudsindicatie
De verdachte wordt vrijgesproken van afpersing (samen met zijn broer) van aangeefster door haar te bedreigen met geweld. De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging dat de dagvaarding nietig is en het openbaar ministerie niet-ontvankelijk. De rechtbank stelt vast dat de verklaringen van aangeefster en de getuigen op essentiële punten niet overeenkomen. De politie heeft nagelaten nader onderzoek in te stellen naar de juistheid van die verklaringen. Dat was gelet op de inhoud van en de tegenstrijdigheden in die verklaringen zeker op zijn plaats geweest. De rechtbank stelt verder vast dat door de wijze waarop de verhoren zijn geverbaliseerd, voor de rechtbank niet verifieerbaar is hoe de verhoren zijn verlopen. Hierdoor heeft de rechtbank onvoldoende zicht op wat zich daadwerkelijk heeft afgespeeld in de ten laste gelegde periode. De verdachte wordt daarom vrijgesproken. De vordering benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard.
Advocaten
Officier van justitie
- L.A. Pronk
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
