ECLI:NL:RBDHA:2018:13919
Rechtbank Den Haag · 08-11-2018 · zaaknummer AWB 18/3795 en AWB 18/3796
Inhoudsindicatie
Eisers zijn – ieder afzonderlijk – in beroep gekomen tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaarschrift tegen de afwijzing van hun – afzonderlijke – aanvragen tot het verlenen van een machtiging tot voorlopig verblijf. Verweerder erkent dat beroepen gegrond zijn en kent eisers een (maximale) dwangsom van € 1260,00 toe. Volgens eisers is verweerder aan ieder van hen de maximale dwangsom verschuldigd. Rechtbank: in geval van niet tijdig beslissen op een bezwaarschrift moet de indiener van een bezwaarschrift worden aangemerkt als een aanvrager in de zin van artikel 4:17 van de Awb. Nog daargelaten dat het bezwaarschrift ingediend door of namens een referent van eisers en niet eisers zelf, moet worden vastgesteld dat ook indien aangenomen zou moeten worden dat dat laatste wél het geval is, nog steeds sprake is van één bezwaarschrift (aanvraag) van meerdere bezwaarmakers (aanvragers). Beroepen in zoverre ongegrond.
Rechters
Advocaten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
