ECLI:NL:RBDHA:2018:13834
Rechtbank Den Haag · 06-11-2018 · zaaknummer NL18.19199
Inhoudsindicatie
Ingevolge artikel 28, derde lid, van de Dublinverordening is de maximumtermijn voor inbewaringstelling zes weken vanaf de datum van acceptatie van de Dublinclaim dan wel vanaf het moment dat er niet langer opschortende werking is op grond van artikel 27, derde lid, van de Dublinverordening. Artikel 27, derde lid, bepaalt dat lidstaten één van de alternatieven genoemd in dit lid in hun nationale recht moeten regelen. Dit is echter niet het geval. Daarmee ontbreekt de wettelijke grondslag voor opschorting. Termijn van zes weken is daarmee beginnen te lopen vanaf acceptatie Dublinclaim. Gegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
[eiser]
eiser · onbekend
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
