ECLI:NL:RBDHA:2018:1359
Rechtbank Den Haag · 11-01-2018 · zaaknummer NL17.15337 en NL17.15286
Inhoudsindicatie
Het beroep gericht tegen de toegangsweigering Het besluit tot toegangsweigering is niet opgeschort door de strafrechtelijke detentie van eiser. Indien de vreemdeling, aan wie de toegang is geweigerd, strafrechtelijk zijn vrijheid is ontnomen, blijft op grond van artikel 7 Vw de toegang geweigerd. Met het asielverzoek van eiser tijdens zijn strafrechtelijke detentie is het besluit tot toegangsweigering vervallen. Verweerder heeft daarom een (nieuw) besluit over de toegang tot Nederland uitgesteld voor de duur van de asielprocedure. Ingevolge artikel 3, zesde lid, Vw geldt het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag als de toegangsweigering. Dat eiser op dat moment in strafrechtelijke detentie verbleef, maakt niet dat geen sprake was van een behandeling van de aanvraag van eiser in de grensprocedure. Aan hem was immers geen toegang verleend, zodat sprake was een asielaanvraag aan de grens als bedoeld in artikel 3, derde lid, Vw. Het beroep gericht tegen de vrijheidsontnemende maatregel Doordat eiser in strijd met artikel 100, eerste lid, Vw en paragraaf A5/6.5 Vc niet is gewezen op zijn recht om zich kosteloos te laten bijstaan door een advocaat en in strijd met artikel 5.3 Vb niet in een voor hem begrijpelijke taal schriftelijk is geïnformeerd over de redenen van zijn vrijheidsontneming en zijn mogelijkheden daartegen beroep in te stellen bij de rechtbank en zich daartoe kosteloos te laten bijstaan door een advocaat, heeft hij gedurende een periode van drie weken zijn vrijheidsontneming niet kunnen aanvechten bij de rechter en is hij in die periode van rechtsbijstand verstoken geweest. Nu artikel 100, eerste lid, Vw en artikel 3.5 Vb zijn geschonden en niet is gehandeld overeenkomstig het bepaalde in A5/6.5 Vc, is reeds daarmee gegeven dat eiser in zijn belangen is geschaad. De omstandigheid dat eiser na drie weken alsnog beroep heeft ingesteld bij de rechtbank maakt dat niet anders. Het gebrek maakt de inbewaringstelling, indien aan alle in de wet gestelde vereisten daarvoor is voldaan, eerst onrechtmatig, indien de met de bewaring gediende belangen niet in redelijke verhouding staan tot de ernst van het gebrek en de daardoor geschonden belangen. Gelet op de aard van de maatregel, de tijdsduur dat eiser verstoken is gebleven van rechtsbijstand en van informatie over de mogelijkheid tot het instellen van beroep en nu niet is gebleken van zeer zwaarwegende belangen aan de zijde van verweerder, die samenhangen met de gronden voor de vrijheidsontnemende maatregel, is de rechtbank van oordeel dat de met bewaring gediende belangen niet in redelijke verhouding staan tot de ernst van het gebrek en de daardoor geschonden belangen.
Rechters
Advocaten
- A. Bos
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
