ECLI:NL:RBDHA:2018:13451
Rechtbank Den Haag · 08-11-2018 · zaaknummer C/09/561590/KG RK 18-1467
Inhoudsindicatie
Afwijzing wrakingsverzoek Dat de kantonrechter in zijn vonnis van 9 februari 2017 een voor verzoeker onwelgevallige beslissing heeft genomen en daartoe een oordeel heeft gegeven, levert onvoldoende aanwijzingen op voor het oordeel dat de kantonrechter jegens verzoeker een vooringenomenheid koestert dan wel dat daarmee bij verzoeker de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Er is voorts niet gebleken dat genoemde uitspraak wat betreft de inhoud en de motivering waarop zij is gestoeld, zo onbegrijpelijk is dat de vrees voor vooringenomenheid bij verzoeker daardoor objectief gerechtvaardigd is. Processuele beslissing of de motivering van die beslissing, ook indien het gaat om een onjuist, onbegrijpelijk, gebrekkig of te summier geachte motivering of om het ontbreken van een motivering, kan geen grond zijn voor wraking. Er is voorts geen sprake van een situatie waarbij de motivering van de beslissing in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten – bijvoorbeeld door de in de motivering gebezigde bewoordingen – niet anders kan worden verstaan dan als blijk van vooringenomenheid van de rechter die haar heeft gegeven. De door verzoekster aangevoerde gronden halen deze zeer hoge drempel niet.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
